We hebben een Nederfranse vriendin. Nederlandse maar sinds mensenheugenis verblijvend in La Douce. Groeit op in Oost Frankrijk. Als jonge vrouw verhuist ze naar Parijs waar ze werkt en gewoon raakt aan het mondaine leven van de grote metropool. Ontmoet daar ook haar latere man, een Corsicaan met wie ze zich vestigt in het Provençaalse plaatsje Cotignac. Daar bouwen ze een bestaan op wat het tegendeel is van het grote stadsleven. Komen te wonen in een natuurstenen huis met dikke muren en kleine vensters aan de rand van een heuvelachtige hectare met olijfbomen en een vijver. Provençaalse grasmussen en wilde zwijnen komen vaak op bezoek. Karpers in de vijver worden gevoerd door de vrouw des huizes net als zwerfkatten die dat zo waarderen dat ze binnen enkele jaren vijf huiskatten hebben. Samen met twee grote honden en een kleine hond vormt zich een heuse boerderij.

We bezoeken hen en ze leiden ons rond over hun landgoedje. Het eeuwige paradijs bestaat, maar alleen in herinnering. Als haar man is overleden blijft ze echter hun samen opgebouwde olijfgaard trouw. Met een aardige jongeman die zich als tuin- en klusjesman opwerpt, houdt ze als hovenier stand tegen tuinverwildering, droogte en bosbrandgevaar. Een systeem van opvang van schaars regenwater zorgt ervoor dat alle bomen en struiken in leven blijven. Talrijke bronnen en wellen die dorp en omgeving rijk is, steken een handje toe. Als er iets om of in huis stukgaat, slaan zij en haar klusjesjongen de handen ineen en laten ze de schroevendraaiers draaien.

We bezoeken haar voor een tweede keer. Met het klimmen der jaren verjongt de hof elke lente. Maar onze vriendin is niet meer de jongste en de klusjesjongen een klusman op rijpe leeftijd geworden. Ze leidt ons door het pittoreske dorp met zijn Italiaanse geveltjes, steegjes en trapjes. Op het kerkhofje, een creatie van Cézanne of Van Gogh, bezoeken we het bloemrijke graf van haar man. Marijke en ik maken gebruik van onze relatieve jeugd om de honderden treetjes te bestijgen van een duizendjarig grottenklooster hoog boven Cotignac.

Na terugkeer onderhouden we een levendige correspondentie en emailwisseling. Dan schrijft ze in onnavolgbaar Nederfrans over de ‘lelleke jachtlui die wilde varkens komen schieten’ in haar tuin. Of over de ‘oef oef hitte zodat zij met poezen en honden siësta houdt van 12 tot 5.’

In onze verbeelding maken we talloze malen de heerlijkste der heerlijke wandelingen door het weggedroomde dorp met zijn klaterende fonteintjes en bronnen waar je maar een fles onder hoeft te houden of je hebt bergbubbels zonder prik van het zuiverste water.

George Knottnerus

 

foto Cotignac © Marijke Barlage